Duur zwemtraject

Waarschijnlijk de meest gestelde vraag in Zwemlesland: “Hoe lang duurt het?” en anders wel: “Hoe lang moeten we nog?” Dit is een zeer begrijpelijke vraag want het is een relatief lang traject en het is wellicht voor uw als ouder niet altijd even duidelijk wat er van de kinderen verwacht wordt en wat realistische verwachtingen zijn rondom het leerproces van een kind in de zwemles.

Doormiddel van dit artikel willen wij u graag extra informatie verschaffen over alle factoren die meespelen in de totale duur van het traject.

Aantal lessen versus aantal maanden

De duur van het traject wordt logischerwijs vaak gespiegeld aan de kalender. Helaas geeft dit een ietwat vertekend beeld van de duur van de opleiding.
Wij baseren ons liever op het aantal (daadwerkelijk) gevolgde lessen waaraan we het aantal klokuren dat het kind in het zwembad heeft doorgebracht kunnen afleiden.

Vanuit onze brancheorganisatie NPZ NRZ blijkt dat een kind in Nederland gemiddeld 51 klokuren nodig heeft om zijn of haar zwemdiploma te halen. Dit vertaald zich naar zo’n 68 lessen van 45 minuten. Dit is een gemiddelde wat al enkele decennia redelijk stabiel is onder alle honderden zwemlesaanbieders in ons land.
Let op: het is een gemiddelde. Een kind dat afzwemt met 58 lessen en een ander met 78 komen samen uit op 68. Er zijn dus evenveel kinderen die minder lessen nodig hebben als kinderen die meer lessen nodig hebben.

Het laagste aantal lessen in onze afzwemsessie van april 2017 was 37. Kinderen waarvoor het zwemmen lastiger was om te leren zaten in de 70 lessen. U ziet dat er dus veel verschil zit in de duur van traject en een eenduidig antwoord op de vraag “Hoelang nog?” niet bestaat.

Er spelen veel factoren mee in de ontwikkeling van een kind. Een kind dat bijvoorbeeld in een vroeg stadium (watervrij zijn en/of globale uitvoering) dingen snel op pikt, kan in een latere fase (fijn motorische/technische uitvoering) een terugslag krijgen en vice versa.

Dit maakt het voor ons als instructeur zeer moeilijk en riskant om in welk stadium dan ook over te gaan op voorspellingen. Derhalve hebben wij dan ook het beleid dit niet te doen. Wij gaan er voor om de kinderen op en rond het landelijke gemiddelde van 68 lessen klaar te stomen voor het A-diploma. Voor zowel het B- als C-diploma staat 12 uur aan les gemiddeld. Dit vertaalt zich naar 16 lessen per diploma.

De Leeftijd

De leeftijd is een zeer belangrijke factor in het totale zwemtraject. De vuistregel hierin is in principe zeer simpel: Hoe ouder, hoe soepeler het traject in het algemeen zal verlopen.
De minimale leeftijd om het Zwem ABC te starten is 4 jaar. Jongere kinderen zijn vaak nog te speels en hebben moeite om complexere slagen uit te voeren. Ook kunnen relatief simpele organisatievormen nog te ingewikkeld zijn.

Het is zeer verstandig om in ieder geval te wachten tot de leeftijd van 4,5 jaar. Een periode van 6 maanden basisschool is al zeer behulpzaam bij de start van de zwemlessen. Ze leren hier al essentiële zaken als ‘wat is een meester/juf’, gescheiden zijn van papa en mama, omgang met klasgenootjes en een voorbeeldje volgen en vervolgens proberen uit te voeren.

Wat ons betreft is 5 jaar ‘zwemlesjaar’. Het motorisch, fysieke en sociaal-affectieve verschil is aanzienlijk in vergelijking met een kind dat net 4 is geworden.
Uit onderzoek blijkt zelfs dat kinderen in de leeftijd van 7 tot 10 het gemakkelijkst nieuwe bewegingspatronen aanleren.

Motorische en fysieke gesteldheid

Vanzelfsprekend is de motorische gesteldheid een van de meest invloedrijke factoren op de ontwikkeling van zwemvaardigheid. Er zijn net zoals op het sportveld ook in het zwembad grote verschillen tussen alle kids. De motorische eigenschappen bestaan uit 5 verschillende onderdelen, de zogeheten KLUSC

  • Kracht
  • Lenigheid
  • Uithoudingsvermogen
  • Snelheid
  • Coördinatie

Deze onderdelen zijn te trainen maar ook zeker onderhevig aan de genen. Zo is lichaamsbouw erg van invloed. Gezettere personen hebben vaak een wat groter natuurlijk drijfvermogen, maar zijn vaak wat minder lenig.

De ledematen hebben een hefboom effect op het water. Hoe groter de hefboom, hoe groter het effect op het water. Kinderen die nog niet de lengte in zijn gegaan hebben dan ook vaker moeite met het zwemmen. Niet zozeer qua techniek maar wel met het genereren van voorstuwing en natuurlijk drijfvermogen.

Het wordt lastiger voor kinderen die fysiek een rugzakje hebben. Hierbij moet gedacht worden aan hypermobiliteit, verschil in lengte ledematen, heupdysplasie, spasme en verkorte pezen.
Als instructeur dient men rekening te houden met deze zaken en er op in te spelen. Het maximale moet uit ieder individu worden gehaald. Een fysieke beperking kan dan ook leiden tot een alternatieve techniek, die in theorie als foutief kan worden beschouwd.

Het kind mag hier niet op afgerekend worden. Echter, moet er wel sprake zijn van een veilig niveau. Voor kinderen met een beperking is het traject vaak langer omdat zij in eerste instantie te maken hebben met een verzwarende factor. Juist voor deze kids is het ongelofelijk belangrijk dat we er zeker van zijn dat ze desondanks de extra moeilijkheidsgraad veilig zijn.

Cognitieve gesteldheid

Cognitie is de verzamelterm voor kennis, inzicht, concentratie en geheugen. Dit is erg belangrijk voor het volgen van een voorbeeld en het uitgelegde daarna zelf te gaan uitproberen. Het bewegingspatroon ‘kennen’ ligt dan ook aan de basis van het bewegingspatroon ‘kunnen’ uitvoeren. Zoals eerder gezegd zullen bovengenoemde aspecten gemakkelijker gaan als het kind al enige tijd op de basisschool heeft doorgebracht.

Na verloop van tijd begrijpen de kinderen het bewegingsverloop van verschillende slagen, hoe de verschillende organisatievormen werken en dergelijke. Het gevolg hiervan is dat de lessen steeds vloeiender zullen verlopen en het zwemtechnische niveau van de kinderen omhoog gaat.

De concentratie is een van de belangrijkste factoren in de zwemles. Met name zeer speelse kinderen die veel onder water gaan, halverwege stoppen met de opdracht en niet zo goed naar de voorbeelden kijken lopen vaak vertraging op in het leertraject.

In sommige gevallen kan dit voortkomen uit bijvoorbeeld ADHD. ADHD kenmerkt zich in veel gevallen door impulsiviteit, onrustig zijn en natuurlijk een korte spanningsboog. Het is echter niet zo –tot in tegenstelling wat veel mensen denken- dat deze kinderen per definitie druk zijn. Het kan goed zijn dat de concentratie weliswaar matig is, maar de ‘aanwezigheid van het individu’ redelijk meevalt.

Sociaal-affectieve gesteldheid

Ook het sociaal-affectieve aspect is van belang: de omgang met lesgenootjes en de instructeur aan de hand van normen en waarden. Over het algemeen gaat dit erg goed.
Mocht er sprake zijn van autisme kan het zwemmen in een grotere groep zeer veeleisend zijn voor een kind. Autistische kinderen vinden het moeilijk om contacten aan te gaan en waar wij het soms wenselijk vinden om verrassende elementen op te nemen in de les is dit voor het autistische kind zeer verwarrend. Ook kunnen gangbare instructiemethodes verkeerd uitpakken. Bijvoorbeeld het kind nogmaals laten oefenen met een extra instructie om te helpen kan worden beschouwd als straf en/of falen. Uiteindelijk, of vaak al bij aanvang van de lessen wordt gekozen voor privéles of les in een klein groepje.

Waarschijnlijker is het dat de kinderen in het affectieve (emotionele) tegen moeilijkheden aanlopen. Dan hebben we het vaak over (faal)angst voor water of een bepaalde oefening zoals bijvoorbeeld het duiken.

Vooral extreme waterangst heeft sterke invloed op de ontwikkeling. Kenmerkend is het grote verdriet bij de eerste zwemlessen. In het water is een vaak complete verstijving zichtbaar en het kind klampt zich vast aan de lesgever. Het komt vaak voort uit een persoonlijke traumatische ervaring zoals op jongere leeftijd in het water gevallen te zijn.

Het kan in bepaalde gevallen lang duren voordat zo’n kind het vertrouwen en het inzicht heeft gekregen om zelfstandig en met enig plezier zich zelf voor te bewegen. Pas als het kind zelfstandig rustig op de rug kan drijven, in een relaxte houding met de oren in het water, kan pas begonnen worden met het daadwerkelijke motorisch leerproces. In extreme gevallen kan dit zomaar 10 lessen (of langer) in beslag nemen voordat het motorisch leerproces (effectief) ingezet kan worden.

Van karaktertrekken, welke op school, thuis en het sportveld vaak zichtbaar zijn is het ook te verwachten dat men ze terug ziet in het zwembad. Dit kan variëren van (faal)angstig/haantje-de-voorste, enthousiast/timide, impulsief/afwachtend enzovoorts.

De Absentie

Een niet te onderschatten factor is de daadwerkelijk aanwezigheid in de les. Het is essentieel om er zorg voor te dragen dat de kinderen consequent naar de zwemles komen.

Uit de onze administratie blijkt dat de gemiddelde afwezigheid zo’n 11% bedraagt gedurende het gehele traject. Uiteraard mist iedereen wel eens een les voor wat van gegronde reden dan ook. Een feestje, bruiloft, ziekte of vakantie en dat is geen enkel probleem. Helaas kan het natuurlijk ook zijn dat een les niet door kan gaan vanuit de zwemschool, zoals een onverwachte storing, ziekte enzovoorts.

Het missen van een aanzienlijk aantal lessen, bijvoorbeeld een afwezigheidspercentage van 20% of hoger, leidt onherroepelijk tot een vertraging van de doorlooptijd van uw kind. In combinatie met bijvoorbeeld een zwemlesloze kerstvakantie kan dit in relatief korte periode onbewust leiden tot veel zwemlesloze weken.

Vooral bij het A-diploma is een hoog afwezigheidspercentage killing voor het leerproces. Een regelmatige trainingsprikkel is essentieel om de te leren slagen te ónderhouden en zo doende ook te kunnen úitbouwen. Ook bij het zwemmen voor het B- en C-diploma is het belangrijk om wekelijks de lessen te volgen. Wie er niet is, kan niets leren.

Niveau leidend, niet de kalender

Als de zomer weer in zicht komt, komen de vakantiekriebels natuurlijk ook weer bovendrijven. De vraag ‘Gaat hij/zij al bijna afzwemmen want het is bijna zomervakantie.” wordt ons dan vaak gesteld. Het is ook heel gaaf om naar het vakantieadres af te reizen met een diploma op zak!

Helaas laat de leercurve van het kind zich niet sturen (en al helemaal niet forceren) omdat de zomermaanden er toevallig aankomen. De kinderen gaan afzwemmen als zij voldoen aan alle gestelde eisen van het zwemdiploma. Mocht dit tegen de zomer nog niet helemaal zo zijn dan is dat natuurlijk voor alle partijen jammer, maar niet minder terecht.

Het blijven jonge kinderen en hun veiligheid staat altijd voor op. Ze krijgen op jonge leeftijd een vaardigheid voor het leven aangeleerd. Dit dient te gebeuren met rust en kunde. De laatste loodjes forceren om in de zomermaanden ‘met diploma’ op pad te gaan is geen goede insteek. De laatste fase, het automatiseren van de vaardigheden is net zo cruciaal als watergewenning en het aanleren van de slagen.

Ook zonder diploma kunnen de kinderen zich overigens ook prima in het water vermaken. Uiteraard betekent dat wel dat er ofwel gezwommen moet worden in ondiep water of met het vest in dieper water. Veiligheid staat voorop, we hebben immers niets te bewijzen aan de andere vakantiegangers!

Het halen van een diploma vlak voor de vakantie is ook geen vrijbrief voor ouders om de kinderen zonder toezicht ‘los’ te laten in het zwembad op de camping, de Middellandse Zee of het Gardameer. U blijft te allen tijde eindverantwoordelijk voor het welzijn van uw kinderen als u gaat recreëren op, in en rond het (open en donker) water! Diploma of geen diploma.

door Wetterwille admin Uitgelicht 0 Commentaren

0 Commentaren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *